Dat Ajax de Nederlandse eer in Europa al enkele jaren hoog weet te houden, is geen geheim. Donderdagavond spelen de Amsterdammers in Rome wederom een knock-outwedstrijd die maar al te belangrijk is voor het Nederlandse puntentotaal.

Maar hoe afhankelijk zijn we van Ajax in de race om de top van de UEFA-coëfficiëntenlijst? En hoe afhankelijk zijn andere toplanden eigenlijk van hun best-presterende ploegen?

De scores van de top-20 ploegen in Europa

In de huidige UEFA-coëfficiëntenlijst, waarin Nederland met 35.6 punten een mooie zevende plaats bezet, is een aantal clubs te onderscheiden die vanaf 2016 erg veel bijdroegen aan de coëfficiënt van hun land. Twintig ploegen zorgden individueel voor een bijdrage van meer dan 10.0 punten. Bayern München is met 18.9 punten de best-presterende club uit de lijst, gevolgd door Paris Saint-Germain en Juventus. Ajax zorgde met 18.2 punten voor bijna de helft van de Nederlandse score en bezet daarmee plek vier.

De afhankelijkheid van de best-presterende ploegen

Zoals de finaleplaatsen in de Champions League en de Europa League al jaren laten zien, zijn voornamelijk Engeland en Spanje consequent met meerdere ploegen actief in de knock-outfases van de Europese toernooien. Zij lijken daarmee niet erg afhankelijk te zijn van hun best-presterende club. In andere landen, waaronder Frankrijk, Duitsland en Nederland, lijkt er wel veel af te hangen van één of twee ploegen die jaarlijks goed moeten presteren om de coëfficiënten ranking van hun land overeind te houden. We nemen de top-9 landen van de huidige UEFA-coëfficiëntenlijst door aan de hand van hun prestaties van 2016 tot en met 2021.

De huidige UEFA-coëfficiënt bevat de prestaties van Europese clubs in de seizoenen 2016-2017 t/m 2020-2021. Het aantal clubs dat een bijdrage heeft geleverd, varieert per land van 8 (Nederland, Portugal en Rusland) tot 13 (Spanje). Aan de hand van hun prestaties beoordelen we per land of de afhankelijkheid van de best-presterende ploeg ‘laag (<20% van het coëfficiëntentotaal), ‘medium‘ (20-33%) of ‘hoog‘ (>33%) is.

Ook kijken we naar het totale aandeel van de ‘top-3’ bijdragers. Wanneer een land voor minder dan de helft van het de punten afhankelijk is van haar drie beste landen, wordt de afhankelijkheid ‘laag‘ geacht. Een top-3 aandeel van 50-67% duidt op ‘medium‘ afhankelijkheid. Bij een aandeel van meer dan tweederde in de punten, is de afhankelijkheid van de top-3 ploegen ‘hoog‘.

#1 engeland-cl Engeland

Ondanks het uitblijven van een grote Europese prijs voor Manchester City, is de ploeg in Engeland wel de grootste bijdrager aan de UEFA-coëfficiënt met een aandeel van 18% (coëfficiënt-bijdrage van 17.0). In de laatste vier jaren werd de kwartfinale bereikt van de Champions League, dus voor Manchester City lijkt overwintering op het hoogste niveau jaarlijks een zekerheidje. City wordt op de voet gevolgd door stadsgenoot Manchester United (16%) en Liverpool (15%), dat de Champions League-finale haalde in 2018 en 2019. Daarnaast hebben ook Arsenal (14%), Tottenham Hotspur (14%) en Chelsea (13%) een aanzienlijk aandeel in de UEFA-coëfficiënt. De incidentele deelnames van kleinere Engelse ploegen aan de Europa League (Southampton, Everton, West Ham United en Wolverhampton) leverden weinig op.

Zoals de jaarlijkse wisselingen in de top van de Premier League al doen vermoeden, heeft Engeland dus een sterke basis van 6 ploegen die consequent goed presteren in Europa. Zij zorgden samen voor 89% van de huidige coëfficiënt. Van grote afhankelijkheid van één ploeg is in Engeland zeker geen sprake.

Afhankelijkheid van best-presterende ploeg: 18% (laag)
Afhankelijkheid van top-3-presterende ploegen: 48% (laag)

#2 🇪🇸 Spanje

In Spanje is Real Madrid, mede door Champions League-eindzeges in 2017 en 2018, de best-presterende ploeg met een bijdrage in de huidige coëfficiënt van 17.7 (dat is 18% van de totale Spaanse coëfficiënt). De verschillen in Spanje zijn echter klein, omdat ook FC Barcelona (ook 18% met 17.4) en Atlético Madrid (17% met 16.4) consequent meedraaien in de Europese knock-outfases. Die laatste ploeg deed dat vooral in de Europa League (met een eindzege in 2018), terwijl de Catalanen jaarlijks overwinteren in de Champions League. Ten slotte presteert ook Sevilla erg goed op het Europese toneel. Met een bijdrage van 15.1 maakt die ploeg nog eens 16% uit van de Spaanse coëfficiënt. Villarreal volgt met een bijdrage van 8%, behaald door jaar op jaar te overwinteren in de Europa League. Ook wanneer kleinere ploegen zoals Granada, Real Sociedad en Getafe zich melden op het Europese toneel, leidt dat vaak meteen tot succes.

De ‘klassieke’ top-3, die jaarlijks de dienst uitmaakt in de Primera Division (FC Barcelona, Real Madrid en Atlético Madrid) verzamelt samen dus 53% van de Spaanse punten. Daarmee zijn de Spanjaarden niet zo afhankelijk van deze top-3 als het imago vaak doet vermoeden. Door de sterke vertegenwoordiging van Spaanse ploegen op alle niveaus zit er bijna ieder jaar een ploeg in een van de Europese finales.

Afhankelijkheid van best-presterende ploeg: 18% (laag)
Afhankelijkheid van top-3-presterende ploegen: 54% (medium)

#3 🇮🇹 Italië

De Italiaanse Serie A wordt al gedurende de gehele periode van de huidige coëfficiëntenlijst (dus sinds 2016) gewonnen door Juventus. De Italiaanse recordkampioen overwinterde de afgelopen 5 jaren altijd in de Champions League, en haalde in 2017 zelfs de finale. Met een coëfficiëntbijdrage van 18.5 is Juventus goed voor 25% van het Italiaanse totaal. Ook AS Roma (18%) en Napoli (15%) hielpen goed mee om de derde plaats op de landenlijst te bemachtigen; zij deden dat afwisselend met prestaties in de Champions League en de Europa League. Sinds 2018 meldt ook Atalanta Bergamo zich als vaste klant op het Champions League-toneel. Dat is goed voor nog eens 10% van de Italiaanse coëfficiënt, ongeveer hetzelfde aandeel als Internazionale (10%), Lazio Roma (9%) en stadsgenoot AC Milan (8%).

De prestaties van Juventus vormden duidelijk de basis voor de opmars van Italië op de landenranglijst en zijn cruciaal voor het behouden van de derde plaats. De top-3 is in Italië goed voor 58% van het coëfficiëntentotaal.

Afhankelijkheid van best-presterende ploeg: 25% (medium)
Afhankelijkheid van top-3-presterende ploegen: 58% (medium)

#4 🇩🇪 Duitsland

In Duitsland tekent zich hetzelfde beeld af als in Italië. De hegemonie van Bayern München in de Bundesliga vertaalt zich ook naar Europese prestaties. De ploeg werd de laatste 8 jaren kampioen van Duitsland en behaalde ook Europees de nodige goede resultaten. Daarmee sprokkelde Bayern een coëfficiënt bij elkaar van 18.9, goed voor maar liefst 26% van het Duitse totaal. Aartsrivaal Borussia Dortmund komt, mede door vier keer te overwinteren in de Champions League, op een coëfficiënt van 12.9 (18% van het Duitse totaal). RB Leipzig volgt op gepaste afstand met 14% van de Duitse coëfficiënt. Ook de Duitse subtoppers (Bayer Leverkusen, Borussia Mönchengladbach en Eintracht Frankfurt) staan hun mannetje in de Europese toernooien.

Bayern München zet jaar op jaar de hoogste coëfficiënt neer voor de Duitsers en lijkt daarmee behoorlijk belangrijk om Italië aan te kunnen vallen op de coëfficiëntenranglijst. De top-3 in Duitsland is samen goed voor 57% van het totaal, vergelijkbaar met de verhoudingen in Engeland en Spanje.

Afhankelijkheid van best-presterende ploeg: 26% (medium)
Afhankelijkheid van top-3-presterende ploegen: 57% (medium)

#5 🇫🇷 Frankrijk

In Frankrijk lijkt de afhankelijkheid van de ‘top performers’ wat groter dan in de top-4 van Europa. Paris Saint-Germain wacht al jaren op de begeerde Champions League-titel, maar met de finaleplaats in 2020 en overwintering in de vijf jaren daarvoor zijn wel de nodige punten verzameld: 18.7. Dat is goed voor 33% van het Franse totaal. Olympique Lyon heeft, ondanks afwezigheid dit jaar, een aandeel van 23% (een coëfficiënt van 12.7) bij elkaar gevoetbald. Daarna valt een gat en volgen AS Monaco en Olympique Marseille met bijdragen van respectievelijk 6.5 (12%) en 4.8 (9%). De deelnames van Stade Rennais, Girondins de Bordeaux, RC Strasbourg, OGC Nice, OSC Lille en Stade de Reims leidden vooral tot teleurstellende resultaten.

De afhankelijkheid van PSG is aanzienlijk, mede gezien de wisselvallige prestaties van de andere Franse topploegen (Olympique Lyon en AS Monaco). Deze drie ploegen samen vormen meer dan tweederde deel van de Franse coëfficiënt. Daarmee zijn de Fransen erg afhankelijk van hun top-3 om Portugal, Rusland (en misschien Nederland) voor te kunnen blijven op de ranglijst.

Afhankelijkheid van best-presterende ploeg: 33% (medium)
Afhankelijkheid van top-3-presterende ploegen: 68% (hoog)

#6 🇵🇹 Portugal

In Portugal is de kampioensrace wat minder voorspelbaar dan in Frankrijk, Duitsland en Italië, maar de top 3 des te meer. Ieder jaar voeren FC Porto, Benfica en Sporting CP de ranglijst aan, maar in wisselende volgordes. FC Porto is, afgezien van vorig jaar, vaste klant in de Champions League en weet regelmatig te overwinteren als ‘Pot 1’- deelnemer. De prestaties van Porto zijn goed voor maar liefst 16.9 coëfficiëntpunten, een aandeel van 35% van het Portugese totaal. Benfica, afwisselend deelnemer aan de Europa League en Champions League, voetbalde 12.2 coëfficiëntpunten (25%) bij elkaar. Sporting CP behaalde een totaal van 8.7 (18%).

Ook Sporting Braga, vaak nummer 4 of 5 in de competitie, meldt zich regelmatig in de knock-outfase van de Europa League en is goed voor 7.9 punten (16%). Na deze top-4 stort het Portugese huis snel in elkaar. Europa League-deelnames van Rio Ave, Maritimo Funchal, Vitoria Guimaraes en FC Arouca hebben de geschiedenisboeken niet gehaald. Al deze ploegen droegen minder dan 5% bij aan de Portugese coëfficiënt. De afhankelijkheid van de Portugese top, en FC Porto in het bijzonder, is aanzienlijk.

Dit jaar lijkt Sporting CP hard op weg naar de Portugese titel. Daarmee zouden de hoofstedelingen zich voor het eerst sinds 2017-2018 melden voor een ticket in het hoofdtoernooi van de Champions League. Dat kan een moeilijkere loting voor FC Porto tot gevolg hebben. Sporting CP kwam al sinds 2009 niet meer voorbij de groepsfase van de Champions League. Met het oog op de Nederlandse poging om plek 6 op de coëfficiëntenlijst te veroveren, zijn de Portugese prestaties in het komende Champions League-seizoen dus erg interessant.

Afhankelijkheid van best-presterende ploeg: 35% (medium)
Afhankelijkheid van top-3-presterende ploegen: 78% (hoog)

#7 🇳🇱 Nederland

Ajax behaalde in 2019 de hoogste individuele coëfficiëntbijdrage (6.4) van alle competities sinds 2015, en leidde daarmee de Nederlandse opmars in. Ook de finaleplaats in de Europa League van 2017 en de prima prestaties in de Champions League in recente jaren zorgden ervoor dat Ajax met een coëfficiënt van 18.2 een aandeel had van maar liefst 47% van het Nederlandse totaal. Geen enkel ander topland is zo afhankelijk van één ploeg. Ook PSV en AZ sprokkelden wat punten bij elkaar, goed voor respectievelijk 19% en 16% van het Nederlandse puntenaantal. Belangrijk voor het verzamelen van punten waren de afgelopen jaren ook de kwalificatiewedstrijden voor de Champions League. Die zorgden ervoor dat de nummer 2 van de Eredivisie structureel meer bijdraagt aan de Nederlandse coëfficiënt dan de kampioen.

In Nederland lijkt het probleem vooral te zitten in de bijdragen van ‘subtoppers’. Feyenoord verzamelde nog 6.2 punten (goed voor 12%), maar de ploegen daaronder leverden stuk voor stuk teleurstellende prestaties. FC Utrecht, Willem II, Vitesse, Heracles Almelo, FC Groningen en zelfs Go Ahead Eagles (die laatste i.v.m. het gewonnen Fair Play-klassement in 2015) mochten de afgelopen 7 jaren aantreden in kwalificatiewedstrijden voor de Europa League. Geen van die ploegen kwam verder dan een coëfficiëntbijdrage van 1.1 (<3% van het Nederlandse totaal).

De nummers 5-6-7, bekerwinnaars en/of play-offwinnaars zorgden in Nederland samen voor 6% van de totale coëfficiënt; in de andere Europese toplanden was dat gemiddeld 26%. Wil Nederland structureel mee gaan spelen om de top-5 plaatsen in het klassement, dan moet vooral in deze subtop een slag worden geslagen. Een van de redenen hiervoor kan zijn dat Nederland zijn Europa League-plaatsen verdeelt via een play-offsysteem. Daarmee kan de nummer 8 of 9 van de Eredivisie zich naar een EL-kwalificatieticket spelen. In de andere top-9 landen, met uitzondering van België, worden deze plaatsen verdeeld op basis van de ranglijst. Overigens geven ook de prestaties van FC Utrecht en Vitesse, veelal de nummers 5 en 6 van de Eredivisie, ook weinig perspectief op verbetering wanneer dat play-offsysteem zou worden losgelaten.

Afhankelijkheid van best-presterende ploeg: 47% (hoog)
Afhankelijkheid van top-3-presterende ploegen: 82% (hoog)

#8 🇷🇺 Rusland

De Russische prestaties in Europa vanaf 2017 zijn niet om over naar huis te schrijven. Dat lijkt mede te komen door een onvoorspelbare top-6 in de competitie, waardoor geen enkele ploeg bij voorbaat lijkt te kunnen rekenen op een Champions League-ticket. De laatste 5 jaren leverden 4 verschillende kampioenen op. Rusland stuurde maar liefst 10 verschillende deelnemers naar Europese toernooien (terwijl men jaarlijks maar 5 of 6 tickets heeft). Geen enkele Russische ploeg overwinterde sinds 2014 in de Champions League en de laatste Europese halvefinaleplaats stamt uit 1991.

Nog altijd is Zenit St. Petersburg hofleverancier, met een coëfficiëntbijdrage van 9.9 verantwoordelijk voor 26% van het Russische totaal. CSKA Moskou volgt met 22%, gevolgd door FK Krasnodar (20%) en Lokomotiv Moskou (15%). Punten worden voornamelijk bij elkaar gesprokkeld in de groepsfases van de Champions/Europa League. Desalniettemin lijken de twee laatstgenoemde ploegen cruciaal in het behoud van de 8e plaats op de ranglijst.

Afhankelijkheid van best-presterende ploeg: 26% (medium)
Afhankelijkheid van top-3-presterende ploegen: 67% (hoog)

#9 🇧🇪 België

Alhoewel het Belgische voetbal goed in de lift zit, heeft dat nog niet geleid tot grote Europese prestaties. Voor de Belgische prestaties lijkt het niet bijster veel uit te maken welke club wordt afgevaardigd. Racing Genk (22%), Club Brugge (21%) en AA Gent (18%), Anderlecht (15%) en Standaard Luik (15%) speelden allemaal een vergelijkbaar aandeel bij elkaar.

Achter deze top-5 valt, net als in Nederland en Portugal, een groot gat. De bijdragen van FC Antwerp, Zulte Waregem, Charleroi en KV Oostende in de Europa League haalden de geschiedenisboeken niet. Die bijdragen bleven beperkt tot in totaal 9% van de Belgische punten. België moet de weg omhoog inslaan door het behalen van knockoutfases met ploegen die structureel vertegenwoordigd zijn in Europa.

Afhankelijkheid van best-presterende ploeg: 22% (laag)
Afhankelijkheid van top-3-presterende ploegen: 61% (medium)

Conclusie

In Nederland is, zoals verwacht, de afhankelijkheid van de top-3 en Ajax specifiek bijzonder hoog. Onze meest nabije concurrenten, België en Rusland, hebben een grotere groep aan ploegen die zich melden bij de Europese toernooien. Bij hen ontbreekt het de laatste jaren echter aan structurele overwintering in de Champions League en Europa League. Wanneer we omhoog kijken op de ranglijst, zien we dat Portugal en Frankrijk ook erg afhankelijk zijn van hun beste ploegen. Zij zijn wel een stuk minder zijn aangewezen op hun ‘top-performer’ dan Nederland.

Duitsland en Italië lijken zich geen zorgen te hoeven maken wanneer Bayern München en Juventus eens door de ondergrens zakken. Zowel Engeland als Spanje is structureel en zonder uitzondering met veel ploegen vertegenwoordigd in de Europese knock-outfases. Deze kwaliteitsstandaard op alle niveaus heeft niet voor niets geleid tot een grote voorsprong op de rest van Europa.

Het aandeel van Ajax in de Nederlandse coëfficiënt is relatief groot vergeleken met de overige Europese toplanden.
In Nederland en Portugal zijn de drie best-presterende clubs verantwoordelijk voor bijna de gehele coëfficiënt, terwijl toplanden als Spanje en Engeland sterk vertegenwoordigd zijn in de breedte.